Eén woord staat centraal als het op topsport aankomt: discipline. Waarom wordt meteen duidelijk. Wat voor de meeste jongeren niet meer dan een leuk tijdverdrijf betekent, is voor de jonge topsporter zijn broodwinning. Sport gaat zoveel verder dan we ons kunnen indenken voor deze jongeren. Het is hun passie en hun enige doel in het leven. En dat vergt tijd, bloed, zweet en tranen. En dus ook een flinke portie zelfdiscipline. Wat mij meteen opviel was het doorzettingsvermogen van deze jongeren. Niet alleen fysiek moeten ze in topvorm zijn, ook mentaal moeten ze er staan. De leuze luidt niet voor niets ‘mens sana in corpore sano’, of ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’. Daarom is het belangrijk dat zij een goede begeleiding krijgen tijdens het uitbouwen van hun topsportcarrière. Het uitgebreide netwerk aan topsportscholen in Vlaanderen is hier ideaal voor. Nochtans roept Jean-Marie Dedecker – die zelf een verleden heeft als judotrainer – luidkeels in De Zondag van 11 mei 2008 dat de scholen te weinig medailles opleveren. “Er zijn te veel bankenvullers en te weinig échte topsporters,” klinkt het. De leiding van de topsportscholen zelf ontkent dat.
Uitgekiend systeem
De minister van Onderwijs heeft in Vlaanderen maar liefst zes scholen aangeduid die de studierichting ‘topsport’ mogen aanbieden. Deze richting kan je als jongere – na een selectieprocedure – volgen op zowel ASO als TSO niveau. Door
dit initiatief kan de jonge topsporter zijn sportieve ambities combineren met een degelijke opleiding. Zo hoeft de leerling zijn plannen voor hoger onderwijs niet op te bergen voor zijn sport. Want ook in het hoger onderwijs kan je topsporters terugvinden; kijk maar naar judoka Dirk Van Tichelt (licentiaat L.O.) en zwemster Kimberly Buys (bachelor biochemie en –technologie).
Ondertussen heeft 91 procent van de toegekende topsportstatuten zich dit schooljaar ingeschreven op een topsportschool – in totaal zijn dat 617 leerlingen. Dat is niet altijd zo geweest; bij de start van de topsportscholen in 1998 waren dat er maar 201.
“Deze groei is logisch,” weet Frans Van den Wijngaert, directeur van de topsportafdeling van het Leonardo Lyceum te Wilrijk. “Hoe kan je anders als jongere je sport en je studies combineren? Als je acht uur les volgt op één dag en daarna nog moet gaan trainen ben je doodop. Dat komt nooit goed.”
Een topsportschool is namelijk op de ongewone situatie van die jongeren voorzien. De school in Antwerpen is hier een goed voorbeeld van: de leerlingen krijgen twintig uren les en twaalf uren training per week. Van ongeveer acht tot elf uur trainen ze. Dan krijgen ze les tot vijf voor drie, waarna zij weer naar hun training van vier tot zes vertrekken. Huiswerk en examens worden gespreid als het moet. Jonge atleten die in het buitenland verblijven, kunnen hun leerkrachten bereiken via Skype of MSN. Want als de schoolresultaten naar beneden gaan mogen ze niet meer trainen totdat ze hun achterstand hebben ingehaald. Logisch. Topsportscholen zijn er nu eenmaal om studies en topsport te combineren. Topsportleerlingen moeten, met andere woorden, hun schoolresultaten even goed op peil houden als hun sportprestaties. Het een kan niet zonder het ander.
Extra’s
Maar er zijn ook andere bijzonderheden aan deze school. De refter biedt ’s middags een uitgebalanceerd menu aan en er is een internaat voor de jongeren die ver weg wonen. Een aparte fitnessruimte helpt de leerlingen in vorm te blijven. Bovendien moet een gespecialiseerd team van leerkrachten, trainers, kinesisten en psychologen hen houvast bieden. De flexibele leerkrachten maken lessenpakketten voor hun studenten die in het buitenland zitten. Geblesseerde jongeren kunnen meteen in het ziekenhuis en bij de sportarts terecht. Als ze onder de druk dreigen te bezwijken volgt er een gesprek met de schoolpsycholoog. En het systeem werkt: “De leerlingen op deze school zijn heel gedisciplineerd. Hier zie je geen graffiti in de toiletten, geen kauwgum onder de banken of pesterijen in de gangen,” aldus Van den Wijngaert. Trots laat hij me het chemielokaal zien, waar de laborantenjassen nagelnieuw aan de kapstok hangen te fonkelen. “Deze zijn tien jaar oud!”
Het wordt al snel heel duidelijk: deze jongeren hebben geen boodschap aan de vandalenstreken die de meesten van hun leeftijdsgenoten uithalen. Zij denken de hele dag maar aan één ding: hun sport en hun opleiding. Een eenvoudige manier om de leerlingen gefocust te houden is de klassen klein te houden; ongeveer twaalf à dertien leerlingen per groep. Zo kan de leerkracht voldoende aandacht besteden aan iedere jongere in het bijzonder. Bovendien zijn de meeste leerlingen vaak naar het buitenland, waardoor de – al zo kleine – klassen amper een kwart van het jaar voltallig zijn geweest.
Under pressure
Wat ik tot hier toe van directeur Van den Wijngaert heb vernomen kunnen de leerlingen alleen maar beamen. “De opleiding is inderdaad niet eenvoudig, maar als het ons te zwaar wordt krijgen we vrij van trainingen en kunnen we bij een psycholoog terecht,” zeggen Kenji Eggers (17), voetballer bij Germinal Beerschot, en Jitse Van Hemelrijck (14), badmintonner. Hun passie voor hun sport maakt veel goed. ”Soms is het wel moeilijk te zien hoe vrienden buiten de school uitgaan terwijl ik daar geen tijd voor heb,” geeft Kenji toe. “Dat is normaal.” “Ik vind de opleiding voornamelijk plezant,” aldus Jitse. “De negatieve kanten neem je erbij.”
Over één ding zijn ze het allemaal eens: de momenten dat ze in een dipje zitten gaan weer even snel voorbij als ze gekomen zijn. Ze beseffen van bij hun inschrijving in de school immers heel goed dat hun studies geen peulschil zouden zijn. “Maar de leerkrachten houden heel goed rekening met onze situatie,” beweert Anderlecht-voetballer Laurens Paulussen (17), “en dat helpt ons enorm.”
Broeinest voor talent
“Wij kweken ook zeker en vast geen dikke nekken,” waarschuwt Van den Wijngaert me. “Tenslotte zijn onze leerlingen nog geen profs. Ze moeten met hun beide voeten op de grond blijven. Deze jongens en meisjes hebben talent, nu moeten ze nog alles op alles zetten om hun gave in prestaties om te zetten. Dat vergt heel veel discipline en geduld. Natuurlijk hopen wij dat ze later uitstekende topsporters worden. Maar zo ver zijn ze nog niet.”
Wat daarenboven de efficiëntie van de school bewijst is het aantal succesvolle sporters dat hier is afgestudeerd. Van Tichelt, die net goud behaald heeft op het EK, is een oud-student; net zoals gegeerde voetballer Moussa Dembélé. Andere gekende oud-studenten zijn skiër Karen Persyn, basketballer Yannick Driesen, en Cercle Brugge-doelman Bram Verbist.
Directeur Van den Wijngaert: “Wij werken niet voor Belgische kampioenen. Dat niveau is veel te laag. Onze trainers krijgen een groots doel voorgeschoteld: een paar van onze leerlingen moeten naar de Olympische Spelen kunnen en we moeten minimum in de top tien van Europa zitten. Anders kunnen we onszelf geen topsportschool noemen.”
Problemen op zondag
In De Zondag van 11 mei wordt over twee pagina’s breed een ware klaagzang opgevoerd door Dedecker en topsportmanager Ivo Van Aken. Na tien jaar hadden zij meer Olympische kandidaten en meer medailles verwacht. Waar zij beweren dat de topsportscholen er gekomen zijn om beter te presteren op EK’s, WK’s en de Olympische Spelen, ontbreekt plots de solidaire stelling dat deze scholen als hoofddoel hebben jongeren hun studies met hun sport te kunnen laten combineren. Blijkbaar zijn Van Aken en Dedecker in hun eer gekrenkt bij de vaststelling dat Nederland enkel in Athene al tweeëntwintig medailles heeft behaald, terwijl België er slechts vierentwintig heeft over vierentwintig jaar verspreid. “Topsportscholen zijn gelinkt aan 14- tot 18-jarigen. De meeste Olympische atleten zijn ouder dan dat,” weerlegt Philippe Préat, adjunct-topsportdirecteur van het Olympisch Comité. Ook Van den Wijngaert komt aan het woord in de kosteloze krant: “Ik ben heel tevreden dat we na tien jaar bestaan al een viertal studenten van onze school hebben op topniveau.”
Reus in de basketbalwereld
Zo’n oud-student op topniveau is Thomas Lamot (21), shooting guard bij de Antwerp Diamond Giants. Op 18 mei ’08 scoorde hij ook naast het veld door de trofee van Belofte van het Jaar te bemachtigen. Bovendien heeft hij nog maar net zijn contract bij de Giants met drie seizoenen verlengd. Toch was basketbal voor hem geen bewuste keuze: “Ik ben basket beginnen doen dankzij mijn vader.” (Johan Lamot was zelf een recreatief basketballer bij Soba Antwerpen, waar Thomas later ook begonnen is op zesjarige leeftijd, nvdr.) “Door mee naar zijn matchen te komen kijken ben ik er als vanzelf ingerold.” En dat scenario is hem niet zuur opgebroken. “Met voetbal had ik misschien meer verdiend, maar nu doe ik wat ik graag doe. Ik ben heel tevreden met mijn ploeg.”
Voor hem was de topsportschool in Antwerpen destijds de beste oplossing. “Ik wist niet wat ik wou aanvangen met mijn leven maar ik wist wel dat ik goed baskette. De opleiding was heel zwaar; ik moest veel leren en trainen en ik miste vaak lessen. Maar de leerkrachten en directeur Van den Wijngaert hielpen me enorm. Ik heb dus eigenlijk veel geluk gehad.” Doordat Thomas dit beseft blijft hij ook met beide benen stevig op de grond staan. “Ik ga niet zweven,” stelt hij met overtuiging, “dat wordt binnen de ploeg ook niet geaccepteerd.” Hij heeft er nochtans alle reden toe. Al op een ongelooflijk jonge leeftijd staat hij hoog aangeschreven in de basketbalwereld. Hij is dan ook de jongste van de ploeg. En dat is hard. “Als jonge gast moet je je veel meer bewijzen,” zegt de ster. “Maar dankzij de mindere periode van de Giants heb ik des te meer speelkansen gekregen. Daardoor heb ik me kunnen profileren. Maar het blijft hard werken.” Daarbij heeft zijn opleiding ongetwijfeld geholpen. Zijn toekomst ziet er alleszins rooskleurig uit.
Lauren Leigh


![Drop Crown.. [ Explore #1 ] Drop Crown.. [ Explore #1 ]](http://static.flickr.com/4059/4231438863_17461115ac_t.jpg)
4 Reacties
juni 2, 2008 at 7:13 pm
Wel Kelly, ik ben toch maar eens een kijkje komen nemen op u sportpagina. De blog alleen al is een geweldig goed idee en de artikels zijn lekker vlot geschreven.
Greetz Fille
juni 13, 2008 at 5:37 pm
[...] ik Henins beweegredenen niet ken en hier natuurlijk niet over kan oordelen. Maar toch… Uit mijn artikel over topsporters blijkt wel dat deze mensen onder heel wat druk staan. En dan ga je nu eenmaal domme dingen doen. [...]
juli 3, 2008 at 1:41 pm
[...] blog weten misschien al dat ik Thomas nog maar net een tijdje geleden geïnterviewd heb in verband met de topsportscholen in Vlaanderen. Details over zijn liefdesleven kwamen toen niet ter sprake, toch pakte roddelblad Dag Allemaal [...]
augustus 4, 2008 at 9:31 am
Elaba Lauren,
Ik schrijf hier een reactie omdat ik je graag enkele vraagjes zou willen stellen.. Zou je eventueel kunnen reageren met een mailtje zodat ik je mijn vragen kan doormailen.
Alvast bedankt
Groeten
Sanne