april 24, 2008...6:28 pm

“Ik heb liever dat jongeren hun frustraties uitwerken in games dan in de realiteit.”

Spring naar reacties

Bert, in de GUNKstore te Antwerpen.Bert Pollet vormt de kernredactie van GUNK, een gamemagazine bekend van TMF. Op de avond van 23 april verscheen hij nog samen met collega Frank Molnar in VOLT op één, waarin het gamingdebat centraal stond. Zes dagen eerder kon deze gelukkige journalist hem echter al interviewen in de GUNKstore te Antwerpen. Hij ontkracht enkele clichés en geeft tekst en uitleg bij de heikele punten in het debat.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: zetten videogames jongeren aan tot geweld?
“Laat dit duidelijk zijn: er bestaat geen logisch verband tussen agressiviteit en gaming. Er zijn mensen die agressief zijn en gamen. Er zijn mensen die agressief zijn en naar de bakker gaan. Dat staat volledig los van elkaar. De neiging tot zinloos geweld ligt in de aard van die persoon zelf. In sommige games kom je inderdaad geweld tegen, maar slechts een minderheid gaat dat serieus opnemen. Tenslotte is een game als Grand Theft Auto zo over the top dat het grappig wordt. Games zijn essentieel entertainment, en geen cultuur of educatiemiddel.”

En Seung-Hui Cho, de Zuid-Koreaanse student die op zijn school in Virginia tweeëndertig onschuldige medeleerlingen en zichzelf heeft neergeknald? Hij werd ook aan games gelinkt.
“Nu wordt de link gamen/agressiviteit aangedikt door de media. Vroeger waren er ook al zulke probleemgevallen, maar daar kraaide geen haan naar. Cho hield zich trouwens nooit met videospelletjes bezig. Vlak na het bloedbad in Virginia Tech in 2007 ging ook moraalridder Dr. Phil zich moeien (gekend van het gelijknamige tv-programma op VijfTV waarin hij iedereen die het horen wil verveelt met zijn psychologisch gebrabbel, nvdr.). Hij trok voorbarige conclusies door te zeggen dat Cho een fervente aanhanger was van gewelddadige games. Later bleek dat de politie maar twee of drie onschuldige spelletjes bij hem thuis heeft gevonden. Dr. Phil heeft zich op die manier een beetje belachelijk gemaakt in onze sector. Ik herhaal: er is geen logisch verband tussen de twee. Integendeel: in games kan je energie kwijt, wat goed is voor pubers. Het competitieve aspect van videogames werkt alledaagse frustratie weg, net zoals sommige mensen hun probleem van zich afschrijven. Ik heb liever dat jongeren hun frustraties uitwerken in games dan in de realiteit.”

Volgens de Nederlander Peter Nikken, psycholoog en auteur van ‘Kind en media: weet wat ze zien’ krijgen kinderen door bepaalde spelletjes een vertekend beeld van de realiteit. Mediageweld zou ze aanzetten tot agressief gedrag, ze afstompen of bang maken.
“Dat is wel heel extreem gesteld. Als een kind de hele dag aan geweld blootgesteld wordt gaat het daaraan wennen. Maar de term ‘afgestompt’ gaat wel heel ver. Jongeren kunnen heus relativeren. Wat dan met gewelddadige beelden op het nieuws of in films? Diezelfde zever hadden we veertig jaar geleden ook met de opkomst van geweld op de televisie. Geweld en media blijven een gevaarlijke cocktail. Elk nieuw medium zal in het begin de wind van voren krijgen.”

Moeten we games dan censureren of verbieden om te voorkomen dat deze gevaarlijke cocktail in ons gezicht ontploft?
“Censureren is een mogelijke oplossing. Instanties zoals Kijkwijzer zijn een mooi initiatief. Zij werken samen met Pan European Game Information (PEGI) om leeftijdsgrenzen op videogames te zetten. Het is het eerste Pan-Europese classificatiesysteem voor computer- en videospelletjes. Problematisch is wel dat deze grenzen slechts richtlijnen zijn en dus niet verplicht kunnen worden. Maar wees gerust: als het in bepaalde spelletjes te gortig wordt springt de overheid er ook tussen. Dan worden bepaalde stukken geschrapt of wordt de minimumleeftijd naar boven gehaald. Grand Theft Auto vind ik persoonlijk ook niet geschikt voor jongeren onder achttien, daar is geweld té buitensporig aanwezig.
Een spel volledig verbannen lost echter niets op. Dan maak je er de verboden vrucht van, en dat is altijd aantrekkelijk voor jongeren. Slechte reclame is immers ook reclame. Als jongeren echt willen raken ze dan wel via een omweg aan het spel.”

Sommige volwassenen durven in een discussie met hun kind al eens aan te halen dat te vaak gamen niet gezond is. Bovendien bestaat er de stelling dat jongeren vandaag eigenlijk voortdurend aan multitasking doen door te gamen, televisie te kijken en te chatten tegelijkertijd. Dat kan voor onnodige stress zorgen. Klopt dat echt?
“Het is inderdaad niet gezond continu achter je computerscherm te zitten. Maar je mag dat niet alleen aan games toeschrijven: mensen die veel lezen of de hele dag met hun tekstverwerker moeten werken nemen ook te weinig beweging. En dat multitasken is juist handig. Dat juicht productiviteit toe. Op lange termijn moet je natuurlijk oppassen voor een burn-out.”

Hoe zit het met de stereotiepe asociale gamer?
“Dat cliché klopt niet altijd. Je kan er twee kanten mee uit. Als iemand drie uur lang alleen zit te gamen is die niet goed bezig. Als je multiplayer speelt, met anderen dus, ligt het anders. Negentig procent van de games heeft een multiplayer mode. Dan draait het om groepsgevoel, samenwerken om je tegenstander te verslaan. Je wordt een sociale groep binnen het spel. Het speelterrein is verlegd van de straat naar een virtuele wereld. Het sociaal gegeven blijft. Te lang binnen zitten is natuurlijk niet verantwoord. Je moet je grenzen aftasten. Uiteraard kunnen ouders controleren of de jongere in kwestie niet overdrijft. Obsessief gedrag is nooit goed.”

Over obsessief gedrag gesproken; verslaving is wel degelijk een risico bij het gamen. Dat wees een recent onderzoek van het Vlaams Instituut voor Wetenschappelijk en Technologisch Aspectenonderzoek (viWTA) uit.
“Verslaving is inderdaad gevaarlijker dan het risico op agressief gedrag. Het gevoel is vergelijkbaar met wanneer je je gsm een dag vergeet. Als je na zoveel jaar een gsm weglegt moet je ook ‘afkicken’. Dat is natuurlijk puur persoongebonden, want niet iedereen raakt zo gemakkelijk verslaafd – net zoals bij sigaretten. Maar wat kan je hier aan doen? Je kan als spelproducer moeilijk een game zichzelf laten uitschakelen omdat het al te lang opstaat. Het is aan de ouders om een oogje in het zeil te houden, zoals ik al zei.”

Lauren Leigh

2 Reacties


Reageer